Mode

Lucky Star: Meryll Rogge

Interview met Belgische modeontwerpster Meryll Rogge.
Reading time 9 minutes

“Ik moet je onderbreken, de mijnheer van DHL is hier. Ah nee, het is die van Fedex! Ik waarschuw je alvast; straks komt ook de TNT-man nog even langs.” Lockdown of niet, het is extreem druk in de thuisstudio van Meryll Rogge, die op haar eentje een splinternieuw label runt. 

Meryll time 

Eerst was er Marc, dan Dries, dan Dries én Marc, en nu Meryll: na een carrière van ruim tien jaar eist Meryll Rogge haar plaatsje in de schijnwerpers op. De naam doet bij het grote publiek niet meteen en belletje rinkelen, maar achter de schermen wordt hij al langer gefluisterd. Jarenlang vormde de Gentse ontwerpster immers de schaduw van Marc Jacobs, waarna ze niet meer van Dries Van Notens zijde week. Insiders vroegen zich al even af wanneer ze voor eigen rekening zou beginnen, maar dat bleef lange tijd uit. “Ik heb altijd de ambitie gehad een eigen label te lanceren, maar ik heb zoveel respect en fascinatie voor bepaalde designers dat ik absoluut eerst met hen wilde samenwerken. Als tiener mikte ik op drie topnamen: Marc Jacobs, Miuccia Prada en Dries Van Noten. Het zijn er uiteindelijk twee van de drie geworden, wat op zich eigenlijk al redelijk mirakuleus is!” 

Mirakuleus, een woord dat de ontwerpster vaak in de mond neemt om haar parcours te beschrijven. Ze heeft haar succes aan haar eigen talent en doorzettingsvermogen te danken, maar naar eigen zeggen stond het geluk ook altijd aan haar kant. “Ik ben in 2008 bij Marc Jacobs begonnen als illustere onbekende zonder einddiploma, ik zat op dat moment in mijn derde jaar aan de Antwerpse Academie. We bevonden ons middenin een gigantische economische crisis. Ik moest een werkvisum zien te regelen in de VS op een moment waar hiring freezes en lay-offs dagelijkse kost waren. En toch is het allemaal gelukt: wat begon als een zomerstage in New York evolueerde naar een job als assistent-designer, vanwaaruit ik verder ben doorgegroeid. Uiteindelijk ben ik er zeven jaar gebleven. Een mirakel dus. Het werk was hard, maar van een desilusie was geen sprake want ik wist waarvoor ik had getekend: werkweken van honderd uren, amper verlofdagen, continu paraat staan. Het was wat ik nodig had en ik voelde me meteen thuis in die échte, concrete realiteit -voor mij een verademing na de theoretische bubbel van de academie. Ik kreeg de kans heel nauw samen te werken met Marc zelf: een uitzonderlijk harde werker, een genie, maar ook een heel grappige man die het allemaal draaglijk weet te maken. Hij is iemand die zich constant heruitvindt, een stevig statement niet schuwt en ook naar het grotere plaatje kijkt: niet alleen de kleren, maar ook het hele verhaal daarrond moet kloppen.” Enkele jaren later kwam Dries Van Noten aankloppen, over wie ze altijd had gezegd dat hij als enige haar terug naar België kon halen. Zo gezegd, zo gedaan: op enkele weken tijd pakte ze haar hele New Yorkse hebben en houden in richting het thuisland. Ze werkte er een kleine vier jaar als Head of Women’s Wear Design zij aan zij met Van Noten zelf. “Hij is geen illustere designer die ergens op zijn troon zit, maar een echte businessman die werkelijk àlles zelf doet. Ik holde nonstop met hem van de ene meeting naar de andere.” Daarna volgde een freelance avontuur waar ze zowel voor Van Noten als Jacobs bleef ontwerpen. 

Als bij mirakel had ze haar kinderdroom reeds op jonge leeftijd deels verzegeld, volgende hoofdstuk: Meryll Rogge zelf! Vandaag wordt haar geluk echter danig beproefd, nu de launch van het label samenvalt met de meest absurde economische-, menselijke- en gezondheidscrisis in tijden.

1611269498682229 17 meryll rogge credit anthony seklaoui

Disco days 

Terug naar het gefluister in de wandelgangen: insiders weten dus al jaren dat een zekere Belgische het mooie modeweer uitmaakt bij grote designers én dat ze ooit-wel-eens-misschien met een eigen modehuis zou uitpakken. Het was haast een urban legend geworden, maar einde 2019 klonk dan toch een hoopvol geluid: Meryll Rogge zou op de daaropvolgende modeweek haar allereerste collectie voorstellen in Parijs. Een collectie die bovendien alle verwachtingen inloste. Dat niet enkel de Belgische modepers, maar ook de rest van de internationale journaillie zich aan de houten deuren van haar minuscule showroom verdrong, spreekt boekdelen. We kregen met z’n allen een bonte mix van materialen voorgeschoteld, verwerkt in verleidelijke feestjurken, mannelijke tailoring, vrouwelijke lingerie details, speelse eyecatchers en oversized knitwear. Terwijl ik langs de rekken liep, voelde het alsof ik als kind voor de kleerkast van mijn moeder stond: alles is big & bold, de jaren tachtig komen tot leven, maar dan wel met een surrealistische twist. Een vuurrode boa eindigt in een paar oversized handschoenen, een fluwelen jurk waarvan de spaghetti bandjes vergroeid lijken met de halsketting die erbovenop past, een satijnen bebloemd ensemble dat ònder een jaretellehouder hoort, een neongroene mantel met ingebouwde sjaal. 

“Mode mag speels zijn, geef mij maar statement pieces. Ik wil stukken creëeren die over tien jaar nog in je kast hangen, zowel omwille van hun hoge kwalitiet als om hun tijdloze karakter.  Dat betekent niet dat ik me tot basics beperk. Je liefde voor een stuk komt en gaat, je kan iets enkele jaren links laten liggen om het daarna weer vol enthousiasme op te pikken. Ikzelf heb zo’n ‘archiefkleerkast’, waarin ik kledij bewaar die ik interessant vind, die me aan het denken zet. Ook al draag ik het niet noodzakelijk. Het moet niet altijd sober zijn.” Er hangt een zweem van nostalgie in de collectie en in het geval van de bontjassen mag je dat letterlijk nemen: die werden door een meester-restaurateur samengesteld uit oude stukken bont die nog steeds naar de tijd van toen ruiken. Rogge liet zich inspireren door de vroege jaren tachtig in New York, de clubscene vol glitter en overdaad, waaruit verdwaasde feestgangers in de vroege uurtjes tevoorschijn komen om in een roes door de stad te dwalen op zoek naar een verkwikkend ontbijt. Melancholisch, schipperend tussen droom en werkelijkheid, net als de personages van Kate Beckinsale en Chloé Sevigny in de film The Last Days Of Disco. Die laatste fungeerde naast het fotografieboek Double Life van David Armstrong en Nan Golding als voornaamste inspiratiebron. “Het is voor mij belangrijk om naar concrete bronnen te kunnen kijken, want je moét jezelf limiteren om te kunnen creëeren. Comme des Garçons Rei Kawabuko zei altijd dat je je tot twee woorden moest beperken, bijvoorbeeld wit en katoen, en vandaaruit een hele collectie ontwerpen. Zij ging daar ver in, maar het illustreert hoe rust in het hoofd naar iets ontzettend sterks kan worden vertaald. Ik weet niet of ik het zo ver zal drijven, of ik elk seizoen met een nieuw verhaal op de proppen kom, maar ik vind het wel belangrijk voor elke collectie een eigen wereldje te creëeren, een bubbel zeg maar.” 

1611269494165217 3 meryll rogge credit anthony seklaoui1611269520939227 27 meryll rogge credit anthony seklaoui

Bubble Trouble

Over bubbels gesproken, ik spreek de ontwerpster enkele maanden na de modeweek via telefoon terwijl zij braaf in haar bubbel op het Gentse platteland zit, waar ze ook haar atelier vestigde. “Om helemaal eerlijk te zijn, ik werk vanuit de schuur van mijn ouders. Ik was het liefst nog wat langer in het buitenland gebleven, maar dat kost allemaal veel geld. Het is ook één van de redenen waarom ik zo lang wachtte om zelf te starten: het was een kwestie van genoeg bijeen te sparen om een eerste collectie te kùnnen lanceren. Ik heb jarenlang met heel weinig geleefd om dat mogelijk te maken, en zelfs nu nog zwaait het totale kostenplaatje de scepter. Eén van de belangrijkste lessen die ik van Marc Jacobs leerde, is het streven naar totale perfectie. Hij nam geen genoegen met middelmaat en stuurde een sample stuk net zo vaak terug tot het naar zijn mening perfect was. Pas dan ging het in productie. Ik zou hetzelfde willen doen, maar kan me maar zoveel fittings en samples veroorloven: ik heb maar één of twee kansen om iets écht goed te krijgen. Omdat ik ook qua stoffen naar de hoogste kwaliteit streef, begrijp je dat het prijskaartje al gauw hoog oploopt.”

Het hele bubbel concept zit ook niet echt in haar aard. “Hoewel ik tijdens het ontwerpproces zelf kan genieten van relatieve rust, vind ik het belangrijk om als designer niét in een ivoren toren te zitten. Je eigen ding doen is belangrijk, maar externe invloeden zijn al even vitaal. Daarom werk ik graag met freelancers: mensen die voor verschillende projecten bezig zijn en daarnaast ook nog een stuk van de wereld zien, hebben op creatief vlak meer te bieden dan zij die altijd in hun zeepbel blijven zitten. In een ideale wereld zou ik daarom werken in een grote studio die ik deel met andere creatievellingen en waar ik mensen kan ontvangen.” Ideaal kan je de wereld tegenwoordig echter niet noemen en dat ondervindt de designer aan den lijve. “Ik zal er geen doekjes om winden: het is een nachtmerrie. De launch was succesvol, ik heb een fantastisch sales team dat wereldwijd ruim zeventig verkooppunten had verzilverd, maar door de hele crisis staat onze productie onder druk en wankelen heel wat van die winkels. Failissementen, maar ook plunderingen in de States zorgen ervoor dat enkele belangrijke bestellingen ondertussen op de helling staan. Ik heb al gevloekt en gehuild, maar op een bepaald moment heeft het geen nut meer me op te winden. Het goede nieuws voor mijn beginnende label is dat het niet erger kàn, the only way is up!” 

Het lijkt dan ook een misplaatste, doch vitale vraag -blijven vooruitkijken is de boodschap: wat is de toekomstdroom van Meryll Rogge? “Ik wil dat mijn ontwerpen geen opeenvolging zijn van nòg meer stuff, dat ze mensen blij kunnen maken -net zoals ik ooit blij ben geworden van het werk van Dries, Marc, Miuccia Prada of Raf Simons. En dat het interessant blijft: ik wil sterke, creatieve collecties brengen die aan het denken zetten en meegaan met de tijd. Ik vind het daarom belangrijk om inclusief te zijn. Ondanks het hoge prijskaartje wil ik geen elitair label zijn: niet iedereen kan het betalen, maar in de geest en esthetiek kan je ook mensen verenigen.” 

1611269509863663 34 meryll rogge credit anthony seklaoui

Lees ook

Aanbevolen voor jou